Op Sint Eustatius hebben we vanaf de rede van Oranjestad uitzicht op het oude fort en de gedoofde vulkaan Quill. Die willen we graag bekijken. Dus we gaan aan wal. Eerst gaan we naar Customs en Immigration om uit te checken. Voor mij is een Amerikaans stel. Als de dame van Customs vraagt waar ze vandaan komen zeggen ze dat ze niet zo trots zijn op hun land.
Uitchecken
Wij zijn aan de beurt en het gaat vlot bij de ambtenaren van Sint Eustatius. En het kost niets. Maar daarna wachten we 45 minuten totdat er iemand komt op het havenkantoor. We moeten nog voor het ankeren betalen. Ik erger me enorm om deze Caribische kwartiertjes en wil weg zonder te betalen. Net als we weg willen gaan komt de mijnheer aankakken.
Quill, de gedoofde vulkaan van Sint Eustatius
OK. Nu dan bergopwaarts. Eerst lopen we nog zo’n twintig minuten door het dorp omhoog. Dan begint een droog zandpad door lage bebossing. Onderweg komen we één bankje tegen en daar eten we onze boterhammen. Er wandelen hier veel Nederlanders. We gaan verder omhoog naar de krater en daarna wandelen we, en af en toe klimmen, naar de top. Voor onze voeten schieten de hagedissen weg.
Bergkrabben
Het uitzicht op de krater en ook vanaf de bergtop van Sint Eustatius is een mooie beloning. Bij de krater op zo’n 550 meter hoogte zien we bergkrabben. Ze wonen in zeeschelpen. Grappig, ze zijn dus helemaal van zee hier naar toe geklommen. Omlaag gaan we wat sneller en bij hetzelfde bankje nemen we wederom een kleine pauze. Terug in het dorp zien we een weg genaamd Mountain crab road. Kijken, hier lopen die beestjes dus trots met hun nieuwe schelp langs omhoog.
Monumentaal Oranjestad
We zoeken het oude centrum op. Het ziet er allemaal heel netjes uit. We bezoeken een oude hervormde kerk zonder dak. Toenmalige Koningin Beatrix heeft de eerste renovatiesteen gelegd. Fort Oranje is ook leuk om te zien. In de muur zien we een gedenksteen dat Nederland het eerste land is geweest welke in 1776 de onafhankelijke Verenigde Staten heeft erkend. Is dit een historische fout geweest?


























Herrie
Het uitzicht op de rede is mooi. Just Fantasy ligt nog netjes op haar plek. We gaan weer terug. Op de boot krijgen we knabbels van Es en vanaf de wal concurreren drie verschillende geluidsinstallaties met harde muziek (Paasfestival). Het is weer van die waardeloze schreeuw-rap. Geen muziek maar simpelweg herrie.
Ferry en Carla van de Mana liggen nu naast ons voor anker. We hebben hen eerder bij Domburg in Suriname ontmoet. Ferry roeit in een behoorlijke deining en dat praat niet zo gemakkelijk. Ze komen ook niet zo makkelijk aan boord met die hoge golven. Wij prijzen ons gelukkig met onze lage instap aan de achterkant. Ik ga nu lekker binnen zitten. Ben de herrie zat en Es heeft het eten bijna klaar. We eten nasi.
Koninkrijk der Nederlanden
Morgen gaan we van Sint Eustatius naar Saba, beide behorende tot het Koningkrijk der Nederlanden. Over Saba hebben we zeer enthousiaste reviews gelezen. We hopen dat we aan land kunnen komen, want dat is lastig op Saba. Als het niet veilig is moeten we van Saba direct verder naar het Franse Saint Barth en dan hebben we een lange zeildag. Maar de vooruitzichten zijn goed.
Er is nog steeds harde muziek vanaf de wal en een vervelende oceaandeining. Ik hoop dat we allemaal goed slapen vannacht.
Zeilen naar Saba
7 april
Om 07:40 vertrekken we van Oranjestad op Sint Eustatius. We gaan naar Saba, de meest westelijke plek tijdens onze reis. Met grootzeil en spinnaker zeilen we westzuidwest. De wind haalt aan naar 20+ knopen en we halen de spinnaker omlaag, en gijpen. Met de genua zeilen we verder voor de wind omlaag.
Avontuurlijk eiland
Bij Saba krijgen we weer zo’n 24 knopen wind en Markus stuurt mooi om de kaap. Saba is een beetje een avontuurlijk eiland voor zeilers. Je komt namelijk moeilijk aan land. In het zuiden heb je een kleine haven voor locals. Je kunt niet in deze haven, maar er is wel een mooring om in te checken. Ik roep de haven op de marifoon op en vraag of wij dit kunnen doen. Het wordt afgeraden vanwege de oceaandeining. Ga naar Ladderbay aan de westkant zegt men.
Ik zeg dat onze lichte rubberboot met 1,5 pk electro motor niet geschikt is om van Ladderbay, om de kaap, naar Fort Bay te varen en vraag of er ook een watertaxi beschikbaar is. Dat is niet het geval. We kunnen proberen de duikshop of Saba Marine Park hiervoor te charteren. Dan vraag ik of we in de westelijke Ladderbaai onze rubberboot op het kiezelstrand kunnen trekken. Dit wordt niet aangeraden aldus Portcontrol.

Ladderbaai
In Ladderbay gaan we aan een gele meerboei liggen, lunchen en pompen de rubberboot op. In de steile rotswand is een trap uitgehouwen en deze is later van beton gebouwd. Het is een oude iconische trap genaamd The Ladder en onderaan de rotswand is een strand met grote ronde stenen. We gaan toch de oude landingsplaats proberen. Vlak voor het strand kantelen we de motor omhoog en met de roeispanen sturend, omzeilen we grote stenen in zee. We stappen in het water uit en de boot land met een zachte smak op de grote ronde stenen. De branding laat ze rammelen.
De oude landingsplaats
De boot wordt stap voor stap omhoog op een hogere boldersteen richel getilt. Het loopt moeilijk op de stenen en ze zijn loeiheet aan mijn blote voeten. Dan doen we wandelschoenen aan en beginnen aan de lange trap omhoog. Het is flink zweten. Halverwege staat het oude Customshuisje. We kijken even en lopen verder omhoog en we eindigen in het plaatsje The Bottom. Grappig de trap omhoog naar de bodem.
Inchecken in Fort Bay
Nu kunnen we bergaf lopen naar Fort Bay, naar Customs en immigration. We kunnen inchecken bij customs maar immigration is er vandaag niet. Morgen terugkomen en dan alles afronden inclusief uitchecken voor overmorgen. Ik bel een taxichauffeur en deze zegt over een half uur aanwezig te zijn. Om het wachten te veraangenamen kopen we drie eenvoudige ijsjes. Ester kan 22 US$ betalen. Na drie kwartier wachten bel ik de chauffeur en vraag waar hij blijft. Ik ben bij mijn dochter zegt hij. Dit wordt niks en we moeten een andere oplossing zoeken.
Een nieuwe radartoren boven op de berg
Naast ons stapt een jongeman in zijn auto en ik vraag of we een lift kunnen krijgen. Hij heet Francois en werkt voor het Nederlandse bedrijf Wagenborg. Ze gaan hier boven op de berg een nieuwe radarinstallatie neerzetten. Hiervoor huren ze een helikopter in Amerika die de zwaarste lasten kan tillen. Alleen de heli kost al milioenen zegt hij, want hij is voo rtwee weken geboekt. De berg zit meestal in de wolken en als het een moment helder is moeten ze hun kans grijpen. Het is een interessante klus, welke wordt uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Defensie.
Tip, beklim de berg
Francois zet ons boven bij de ladder af en zegt dat we toch echt de trail naar de hoogste berg der Nederlanden moeten beklimmen. Het is erg mooi zegt hij. De trap af gaat natuurlijk veel sneller en beneden op het bolderstrand moeten we proberen de boot in de zee te krijgen. Ester maakt zich klaar om te roeien. Dan gaat Markus voorin zitten en ik loop de zee in druk af en klim achter op de rubberboot. Het lukt, we komen vrij van het strand en kantelen de motor in het water.
Lastige meerboei
Terug op Just Fantasy hijsen we de rubberboot op het voordek, en dan is het tijd voor een snackje. Terwijl Ester een lekkere pastasalade bereid bonkt de hardplastic meerboei steeds tegen de zijkant van de boot. Als we de motor in zijn achteruit zetten komt de boei niet vrij. De te lange strop die aan de boei zit is om de kiel gedraaid. Ik trek hard aan één van de lijnen om hem los te krijgende ik voel iets knappen op mijn ribbenkast. Volgens mij een peesje. Het voelt niet zo lekker.
Elektrisch opgelost
In de schemering gooien we de lijnen los en leggen opnieuw vast aan de boei. Aan de te lange strop binnen we een fender opdat deze blijft drijven en niet bij de kiel kan komen. Dat helpt wel maar de boei blijft maar tegen de boot rammen. Ik wil goed slapen en de romp moet niet beschadigen. Iets zachts om de boei bevestigen is lastig. Er is één beproefde oplossing. We zetten de elektromotor op het laagste niveau (150 Watt) in zijn achteruit. Nu blijft de boei mooi voor het schip liggen. We kunnen gaan eten.














