12 februari 2026
Vandaag zeilen we verder naar een ander land. Het heet Sint Vincent en de Grenadines. Het is eigenlijk geen land maar een eilandengroep. Sint Vincent is het grootste en noordelijkste, en we checken in op het zuidelijke Union Island. Tussen Union Island en St. Vincent zitten verschillende mooie eilanden waarvan we enkele kunnen bezoeken.
We vertrekken om 09:25 en om 11:30 komen we aan in Clifton harbour. Het was maar 9 mijl zeilen en bij aanvang hadden we nagenoeg geen wind.
Parlevinkers
De mensen zijn op Union Island, in tegenstelling tot Carriacou, veel communicatiever en ze willen graag aan je verdienen. Een bootje vaart ons tegemoet voor assistentie met de mooring. We spreken 30 EC$ af. De man heet Carreoulus en hij geeft ons een kaartje wat we aan de Parkranger moeten geven.
Carreoulus is weg en daar komt de parkranger. Hij heet Benjamin. We geven hem het kaartje en zeggen dat we al hebben betaald. Ester geeft voor twee nachten 120 EC$ ( €40,-). Van Benjamin krijgen we een betaalafschrift en hij wijst ons de weg naar customs en immigrations.
Dan komt er een andere jongeman. Deze parlevinker heet Skill en hij weet ons een BBQ op Reefpub ‘Happy Island’ te verkopen. De prijs afdingen lukt en hij komt vanavond om zes uur om het eten voor de BBQ te brengen. Het lijkt ons eerst een beetje vreemd maar Happy Island is enkel een cocktail-eiland.
Skill vraagt of we ook bier, diesel, of wiet nodig hebben. De prijs van de diesel is me wel wat te hoog maar vier gallon willen we wel kopen. Vervolgens komt er een mijnheer die ons vis wil verkopen. Ik bedank vriendelijk maar Union Island is mij nu al een eiland naar mijn hart. Het zijn hier allemaal verkopers :). Maar ze moeten ook wel. Twee jaar terug zijn hier alle huizen weg gewaaid. Ze hebben alles opnieuw op moeten bouwen. Dus we moeten de economie wel wat stimuleren.
Na het inchecken (wat supersnel ging), inkopen in het dorp en een frisje aan de zeilersbar gaan we terug naar de boot. We zijn amper aan boord en daar is al weer iemand om homemade ‘by my my wife’ bananacake en brood te verkopen😁.







Een BBQ met een luchtje
Skill komt redelijk op tijd met het eten. Wij in de dinghy naar Happy Island. We moeten het laatste stuk roeien vanwege het ondiepe rif. Iemand staat klaar om onze lijn aan te nemen.
Op de kant zeggen we dat we voor de lobster BBQ komen en dat we het pakket Van Skill al hebben. De mijnheer kijkt ons vragend aan. Hij zegt dat ze alles zelf inkopen en bereiden en dat het verhaal van Skill (of hoe die heet) niet klopt. Ze hebben hier niet alleen een bar voor de sundowners maar ook een keuken. OK, we zijn dus voor de gek gehouden. Het begint te schemeren en de laatste gasten vertrekken. Ik vraag hoe laat ze sluiten en krijg als antwoord ‘als de laatste gasten vertrekken’. We voelen ons bezwaard.
De mijnheer zegt dat we de maaltijd hier wel op mogen eten. Dat is heel aardig maar het eten van rauwe kreeft lijkt ons niet zo smakelijk.
Deliveroo in het restaurant
Laten wij eens kijken wat voor kat we in de zak hebben. Het zijn twee bereide maaltijden, met lobster, rijst, aardappelen, wat groente en netjes verpakt. We verontschuldigen ons nogmaals, bestellen twee bier, krijgen bestek, en eten de smakelijke maaltijd met enige haast op. Het voelt alsof we Deliveroo in een restaurant opeten.
De eigenaar komt bij ons zitten. Hij heet John en hij heeft dit eiland op het rif gebouwd met een grote hoeveelheid Conch schelpen en beton. We vragen hem of hij dit ook helemaal opnieuw moest opbouwen na Beryl. Dat is niet het geval. Op wonderbaarlijke wijze is het blijven staan. De twee palmbomen stonden er ook nog. Maar het dak van de keuken was er wel af.
Ik vraag hem of hij de jongeman kent die ons de maaltijden heeft aangesmeerd. Ja, hij kent hem wel. John zegt, dat ik hem moet vertellen dat hij liegt en bedriegt. Het wordt donker en wij zijn de laatste gasten. We betalen met een flinke fooi, bedanken John, stappen in de rubberboot, zetten af en roeien weg. Dat gaat voor de wind zo snel dat ik het hele stuk maar roei. Het was een bijzondere avond.
Onbekwaam
13 februari 2026
Als het brood is gebracht en we in de ochtend op pad willen gaan is Skill nog niet geweest. Hji zou ons nog diesel verkopen. De etensborden binden we vast in een zak op het gangboord met een briefje erop. Dan komt onze vriend op dagen. ‘All good’?, vraagt hij. Ik zeg ‘No’, en geef hem de zak. Als ik vertel dat er geen BBQ was en dat ze dicht wilden gaan toen we kwamen, is hij quasi verbaasd en leest het briefje. De achterkant van zijn boot drijft tegen de onze. Ik zeg hem dat hij moet vertrekken en dat ik hem niet weer wil zien. Hij vaart vol gas weg. Skill is onbekwaam.
Onderweg naar de dinghydock houdt een mijnheer ons tegen welke vraagt hoe de BBQ was. Het lijkt erop dat dit de visser is. We vertellen dat er geen bbq was en dat we voor de gek zijn gehouden met twee maaltijden. Ik vraag of Skill de echte naam van de jongeman is. Hij beaamt dit en vraagt wat we betaald hebben. Als we hem antwoorden schudt hij zijn hoofd. Dan gaan we verder.
Wandelen
We gaan wandelen. Er zijn hier helaas geen fietsen te huur. En scooters, daar hebben deze gekke Hollanders geen zin in. Die willen zweten.
Op het eiland zien we nog veel kapotte huizen, maar 95% van de huizen zijn nieuw of gerepareerd. Dat is knap want zo veel aannemers zal je hier op het eiland niet hebben. Aan de zuidkant van het eiland, bij Ashton is een mislukt marina project. Het was een groots plan. Wat er gebouwd is, is door hurrican Berryl vernield. We zwemmen er even maar snorkelen kan niet omdat het water troebel is. Vanwege de sterke stroming zwemmen we niet lang.
We gaan weer op pad en lopen via Ashton naar de andere kant van het eiland naar Chatham Bay. Dit is een mooie en rustige ankerplek aan de westzijde van het eiland. Met het uitzicht op de baai eten we onze boterhammen, lopen verder en arriveren dan bij Richmond Bay. Bij de Sparrow’s Beach Club drinken we een Gingerale. Het is hier gezellig druk. Het hotel naast de club aan het mooie strand heeft nog geen nieuw dak en staat leeg. Dat is echt zonde, want het is waarlijk een schitterende locatie.
Als we weer verder gaan lopen langs de Belmot zoutpoel. Het kwelwater van de zee verdampt hier en laat een laag zout achter. Dan komen we terug in Clifton en hebben een rondje van zo’n elf kilometer gelopen.
Back Home
Terug op de boot maak ik de romp boven de waterlijn even schoon. Zo, dat staat wat mooier bij de blauwe zee. Er komen nu toch kleine kokkeltjes op de coppercoat antifouling. Ze gaan er gemakkelijk af. Dat wordt binnenkort weer even schrapen.




















