Vertrek Saint Vincent
24 februari 2026
We vertrekken vandaag naar Saint Lucia. In de pilot staat dat boven Sint Vincent altijd harde wind staat. Het lijkt me daarom beter de rubberboot achter in de bakskist te doen. Het vaarklaar maken van de boot kost ongeveer een uur. We gaan om 09:30 weg.
Onder het eiland is de wind erg vlagerig en hij draait ook enorm. We halen het rif uit het grootzeil, draaien de stagfok twee keer in en uit als er geen wind staat en als we de harde wind zien aankomen trekken we opnieuw een rif in het grootzeil. We komen langzaamaan los van Sint Vincent en de wind neemt toe tot zeven Bf.
Zoute douche
Met stagfok en gereefd grootzeil gaan we acht knopen aan de wind. Dat is de maximale bootsnelheid. Het zeilt lekker en af en toe hebben we een vlaagje acht. Dan zou het tweede rif in het grootzeil kunnen, maar het duurt steeds maar kort. Enkele keren krijg ik op het achterdek een zoute douche. Dat is niet echt vervelend want je bent hier zo weer droog. Ik zeil grotendeels met de hand. Het is genieten. Ester is wat katterig en gaat op bed.
De Pitons van Saint Lucia
De wind blijft tussen de eilanden vijf tot zeven en we hebben de juiste zeilcombi voor deze wind. Het eiland Saint Lucia komt in zicht en de twee steile bergen aan de kust ook. Deze heten de Pitons. Benedenwinds het eiland krijgen we weer de gebruikelijke schiftingen, windluwtes en windvlagen.


Soufriere
Een rubberboot komt ons één mijl voor de havenplaats Soufriere tegemoet. Er zit een jongen in, en hij stelt de gebruikelijke vraag, waar iedereen mee begint, ‘How are you?’ Ik vraag of hij ons graag wil helpen bij het aanmeren aan de boei. Hij zegt ja. ‘Wat is je prijs’, vraag ik. ‘Geef maar wat je wilt’, zegt hij. ‘OK, dan spreken we 25 EC$ af’. De jongen heet Sian. ‘We zien je straks bij de meerboei Sian’. We kruisen op de baai in, strijken de zeilen en zoeken een juiste boei en Sian helpt. Is het een goede dag, vraag ik Sian als Ester betaalt. Nee, zegt hij. Het is niet druk.
Wat is een veilig meerboei of ankerplaats?
Ik duik er in om de meerboei te checken. Het ziet er goed uit. Maar we doen de kiel wel omhoog omdat er enkele grote stenen op de zeebodem rondom de boot liggen. Onze kiel steekt namelijk 2,7 meter diep. Op onze plotter lees je op de infobladen bij de ankerplaatsen over slechte moorings. Die zijn er hier nogal wat. Er is zelfs een verhaal over een koelkast waar een touw met boei aan zat. Ook zijn er mensen die zich voordoen als de eigenaar van een boei en geld proberen te incasseren. We weten wat we moeten zeggen als dit soort gasten komen. We zoeken ligplaatsen uit die veilig zijn en goede ankerplaats of moorings hebben. Bij dit criterium vallen heel veel plekken af. Hiervoor raadplegen we de pilot (zeil-reisgids), de plotter (beeldscherm met navigatiekaart) en de app Noforeignland.
Kennismaken met Soufriere
Als we aan de boei liggen komen de parlevinkers en Es koopt bananen, tomaten, citrussen en mango’s. De bananen vallen van de tros van rijpheid. Ik heb nog niet veel gegeten vandaag. Ze zijn erg lekker, dus ik eet ze alle vijf maar op. Dan komt portcontrol om geld te innen. Het is Peter Butcher. Ik had hem vanmorgen geappt dat we vanmiddag zouden komen. Ester maakt de broodvrucht klaar die we gisteren bij het Vermont regenwoud hebben gevonden. Het proeft als aardappel en met een salade en Savoy kool smaakt het heerlijk. We kunnen wel drie dagen van de broodvrucht eten, zo groot is hij.
Amerikaanse ellende
Tussen de twee eilanden, waar we vandaag hebben gezeild, heeft de Amerikaanse marine vorige week vrijdag een vissersboot gebombardeerd. Drie vissers zijn gedood. De vissers hier verdienen niet veel en zijn nu terecht bang. Als ze hier drugs zouden smokkelen dan is het Mariuana. Ik geloof er niks van dat ze hier synthetische drugs maken, omdat de kennis en middelen ontbreken.
Inchecken Soufriere
25 februari 2026
Ester bakt vers brood terwijl ik de rubberboot klaar maak. We gaan zo inchecken. Het voorbereidingsformulier heb ik al met Sailclear gedaan op internet. Es doet een mooie jurk aan en ik een lange broek met schoon overhemd. Op mijn broek zitten nog wat moddervlekken van de Surinaamse jungle, maar ik vind het wel goed zo.
Bij het dinghydok is een poort met een aardige portier. We doen de rubberboot deze keer niet op slot. Op straat verwijzen mensen ons vriendelijk en ongevraagd naar het Customs kantoor. Ze zien klaarblijkelijk dat we yachties zijn. We gaan in één gebouw langs de loketten van Customs, Health, Port Authority waar ik 30 EC$ mag betalen en daarna gaan we naar het kantoor verderop van Immigration. Alles met elkaar zijn we een uur bezig, en dat is snel.
We hebben gisteren door één dakluik en het schuifluik boven de trap zout water binnen gekregen. Ik ga zo de vloerdelen, bilges wat houtwerk en een kussen met zoet water schoonmaken. En de punt lekt verdorie nog steeds. Dus niet klaar. Erg vervelend. Ester gaat boekhouden. Dus niet zo’n spannende dag vandaag. Terug op de boot vervang ik de gele quarantaine vlag door de gastenvlag van Saint Lucia. Hier staan de Pitons op.







Op pad
Donderdag 26 februari
Zes uur, de wekker gaat. We gaan vandaag op pad. Na de gebruikelijke ochtendrituelen staan we acht uur op de kade. Wat gaan we vandaag doen? We gaan naar de enige ‘Drive Inn Vulcano’ op de wereld. Nou wil het geval dat we geen auto hebben. We gaan daarom wandelend de berg op. Het is ongeveer zes kilometer. Goed voor de lichaamsbeweging.
We wandelen langs de grote Piton, de afslag naar ‘Sugar Beach’ en naderen de vulcaan. Af en toe ruikt het naar rottende eieren. Bij de vulkaan zijn namelijk ook zwavelbaden. Langs de weg staan veel mangobomen en er liggen veel in de berm. We eten er verschillende van op en ze smaken uitstekend.
In het stinkbad
Dan zijn we op de vulkaan en we kopen kaartjes voor de entree. Want we willen wel in die geneeskrachtige zwavelbaden. Nou mankeren we niet zoveel, maar baat het niet dan schaadt het wel. Maximaal 25 minuten in het bad, niet naakt en nog heel veel andere voorschriften. Nou, vooruit dan maar. Ik vraag me af of die 25 minuten nou is omdat een langer verblijf schadelijk is, of omdat dit vanwege de commerciële doorstroming is.
Het is nog niet druk en we kunnen er zo in. Es smeert zich in met grijze en zwarte drek en dan gaat ze in het grijze water. Het is 38 graden warm. Als de kookwekker gaat, gaan we er weer uit. We douchen en herkleden ons en gaan nu met een licht parfum van rottende eieren verder op pad. Hier achter in de vulkaankrater zijn kokende zwavelputten. In de gids stond dat het er uit ziet als de hel. Nou, wij zijn erg nieuwsgierig want daar zijn we nog niet eerder geweest.







Kokende zwavelputten
De Fransen hebben op Saint Lucia voor de Engelsen de baas gespeeld. De naam van het dorpje Soufriere betekent zwavel lucht. In onze maritieme gids staat dat het is afgeleid van zwavelmijn, want dat is deze plek ook geweest. Maar de gids die ons uitleg geeft zegt dat dat niet klopt. Het voorste kokende zwartgrijze blubberbad heet ‘Gabriels hole’. Een dorpeling, genaamd Gabriel, is per ongeluk in deze poel des verderfs gevallen. Ondanks zijn brandwonden heeft hij het overleefd en hij is nu visserman.


Bezoekerscentrum
We lopen verder de berg op omdat daar een bezoekerscentrum is. De stroom is uitgevallen en de video kan niet worden afgespeeld. We lezen de informatieborden in de zaal. De hoge steile bergen aan zee, genaamd de Pitons zijn ook vulkanen, maar deze zijn niet geëxplodeerd. Als we onze boterhammen buiten opeten kijken we of er nog interessante wandelpaden in het woud zijn. Dat valt tegen. Hier vlak bij is echter wel ‘Project Chocolat’. Op Google maps heeft het viereneenhalve ster. Dit is interessant en we lopen verder bergop naar het Rabot Estate. Dit behelst het bezoekerscentrum, een cacao-plantage met botanische tuin en het luxe Hotel Chocolat.
Project Chocolat
Project Chocolat helpt cacaoboeren aan nieuwe cacaoplanten en het planten, verzorgen en oogsten gebeurd volgens hun biologische voorwaarden. Men garandeert de afname van de bonen en geeft een hogere prijs dan de marktprijs. Alles is gebaseerd op duurzaamheid. We geven ons op voor het middagprogramma van tweeëneenhalf uur. Host John doet deel één, en dat behelst het kweken, groeien en oogsten van de cacaoboom. We zien hoe de jonge plant wordt gestekt. Hierdoor is hij minder vatbaar voor ziektes en draagt hij al na vier jaar vrucht. Dit zou anders na acht jaar zijn.
Alles biologisch
Men gebruikt op de plantage eigen compost maken. Er wordt hier geen kunstmest en geen insecticide gebruikt. Alles is biologisch. De kwetsbaarheid van de cacaoplant zit hem in een specifiek vliegje wat de bloembevruchting verzorgt. Het gebruik van insecticiden in de landbouw is ook schadelijk voor deze vlieg. De cacaopods worden ook aangevreten door ratten. Hierdoor worden de lobs waar de pitten in zitten onbruikbaar. Voor één reep worden hier twee cacaolobs gebruikt.

Dan gaan we naar de plantage. Verwacht hier geen rijen met cacaobomen. Het ziet er meer uit als bos. De cacaobomen staan tussen andere bomen. Door de biodiversiteit is er minder risico op ziektes en plaagdieren. De andere hogere bomen geven schaduw. Een cacaoboom doet het namelijk niet goed in de felle zon. Hij kan met zeer weinig water groeien en de andere bomen nemen het surplus aan water op. In de prachtig mooie botanische tuin achter de plantage staan onder andere koffiestruiken, ananas planten, palmbomen en veel mooie bloeiende struiken. Het is een waar lusthof.










Je eigen chocoladereep maken
Dan gaan we terug naar het begin van de tour voor deel twee: het maken van je eigen chocoladereep. Fantastisch, we krijgen het recept en leren de bereidingswijze. Op tafel staat een hete stenen pot. Daarin moeten we de geroosterde chocoladesnippers doen. Vervolgens moeten we met een harde houten stamper lange tijd op de cacaosnippers stampen. Na ongeveer tien minuten wordt het een papperige massa. Als het bijna vloeibaar wordt moeten we de cacaoboter toevoegen. Tijdens het roeren wordt het nu een vloeibare massa. Dan mogen we, naar smaak, enkele theelepeltjes poedersuiker toevoegen. Na elk lepeltje goed roeren. Ik doe er slechts vier in.
Naar eigen recept
De chocola is nu klaar en de warme vloeibare choco wordt nu vanuit de pot in een gietvorm gegoten. Op tafel staan vijf verschillende potjes met additieven: cacaoboonsnippers, zeezout, sinaasappelschil, chili en rozijnen. Ik voeg de eerste vier toe aan de reep, maar van de chili en het zout niet te veel, volgens advies. Dan leggen we een papierfolie op de reep waar onze naam op staat. Na dertig minuten wachten halen we onze reep op. Ik kijk even en hij ziet er mooi uit. We stoppen de repen in onze lege thermosfles en lopen de berg weer af.



Een fijne dag
Vandaag weer 14 kilometer gewandeld. Op de boot warmt Es de resterende Vegan mousaka van gisteren op. En als toetje geniet ik van de heerlijke chocolade in combinatie met bananen. Mmm, wat is dit lekker. De chocolade reep is misschien wel de beste welke ik ooit gegeten heb. En de bananen en de mango’s, wat smaakt het hier allemaal goed. We hebben een prachtige dag gehad.



