Ankerop en naar Goudeloupe
Na een prachtige wandeling vertrekken we van Dominica vanuit Portsmouth naar Guadeloupe. De harde wind van gisteren is gaan liggen. Wanneer we de baai uitvaren en noordwaarts koersen, verwachten we dezelfde harde wind van 28 knopen die we tot nu toe tussen de eilanden hebben gehad. Maar niet deze keer. We hebben 19 knopen, soms met windstoten tot 24. De zee is comfortabel en we zeilen met het grootzeil en volledige genua.
We gaan naar de Îles des Saintes, ten zuiden van Guadeloupe en onderdeel van Guadeloupe. Deze eilanden zien er prachtig uit. Darius heeft verschillende baaien op de Navily app bestudeerd en we leggen aan bij de laatste beschikbare boei op Isle Terre-de-Haut in de baai van Pain du sucre (suikerbrood). Deze heet zo omdat er een enorme ronde rots is die op een een suikerbol lijkt.
YouTube
Darius en Sarah gaan snorkelen, Ester bereidt het diner en ik werk aan mijn nieuwe YouTube-video over elektrisch varen. Fastcruising.yachts is met Just Fantasy in Frankrijk genomineerd voor de beste elektrische boot van 2026. Het is een publieksprijs en iedereen kan op internet stemmen. Met de YouTube video hoop ik meer mensen te trekken naar de webpagina waar je kunt stemmen.
In de late middag genieten we van een heerlijke diner op het achterdek in een aangenaam warm winterbriesje. Wat een prachtige tocht en zeiltocht hebben we vandaag gehad.






Terre de Haute – Isles de Saintes
De YouTube-video over elektrisch varen waar Piet aan werkt, is nog niet af. “Nog drie uur werk”, denkt hij. Dus laten Sarah, Darius en ik hem ‘op kantoor’ achter, terwijl het blauwe water en dit palmenrijke eiland ‘smeekt’ om ontdekt te worden.
Snorkelen bij suikerbrood
Zoals eerder deze week, heeft Darius een dagprogramma bedacht. ‘Vlak bij de boot, in de buurt van ‘Pain de Sucre’, beginnen we met snorkelen’, zegt hij.
Het water is kristalhelder en ik zie prachtige kleuren, allerlei vormen en veel verschillende soorten vissen. Plotseling zie ik een murene uit een vanuit de stenen onder me glijden. Gelukkig is er genoeg waterdiepte tussen mij en bijtende slang. Wat een griezel!
De benenwagen
Het eiland is niet zo groot en lopen is de beste manier om er te komen, denken we. De rust op deze plek is opvallend, hoewel er genoeg mensen genieten van de zee, het strand en het eiland. Bijna alle voertuigen op Terre de Haut zijn elektrisch: fietsen, scooters, mini-auto’s en golfkarretjes. De shuttlebus van het hotel is ook elektrisch. Gewone auto’s rijden hier niet. En er is ook geen luide muziek die overal vandaan schalt. Ik vind dit eiland erg leuk.
Alles elektrisch
De wandeling naar de hoofdstad (ter grootte van een klein dorp) biedt een prachtig uitzicht op de baai en de kleinere eilandjes in de buurt. Dit charmante stadje verwelkomt zijn gasten met boetiekjes met strandkleding, kleurrijke restaurants en terrasjes, en tal van elektrische auto’s die te huur zijn. Alles is in vrolijke kleuren geschilderd. Het ziet er schoon, goed onderhouden en uitnodigend uit.
Lunch onder een palmboom
We staan voor de keuze om te lunchen in een restaurant of naar de lokale supermarkt te gaan, wat lekkere snacks te kopen en te picknicken op het strand. De picknick wint met grote marge. Genieten van een heerlijke, verse lunch in de schaduw van een palmboom terwijl we de diverse jachten in de baai bekijken.
Plage de Pompierre
Aan de andere kant van het eiland ligt ‘Plage de Pompierre’. Dat is het volgende punt op het programma. Het strand staat bekend om het spotten van leguanen, schildpadden en andere bijzondere dieren. Maar die waren waarschijnlijk allemaal ‘op vakantie’ vandaag.
Een kale zeebodem
Op de zeebodem is weinig meer te zien dan zeegras, een enkele vis en wat dood koraal. Maar op het strand staan tientallen palmbomen en het uitzicht is prachtig. Dus, gemiddeld genomen misschien geen 10 vandaag, maar zeker de moeite waard.
De middag loopt ten einde en we hebben nog ruim anderhalf uur nodig om terug te lopen naar onze ‘thuisbaai’. We koken alle drie graag, dus de verschillende opties voor het avondeten worden al snel het gespreksonderwerp.
We concluderen dat een vis- of schaaldiermenu de beste afsluiting zou zijn van onze fijne zeilweek. Met wat we aan boord hebben, hebben we alleen een grote portie garnalen nodig voor een smakelijke pasta. Vanwege de hitte kopen we diepvriesgarnalen; die houden we vers tot we terug op de boot zijn.
Een heerlijk diner
Het is een hele klus om de ruimte in de kombuis aan boord zo goed mogelijk te benutten, maar Darius en Sarah toveren een heerlijke maaltijd tevoorschijn. Het is hun laatste avond op de boot en terwijl we op het achterdek eten, praten we over onze avonturen van deze week. Piet is erin geslaagd zijn YouTube-video te uploaden naar het platform fastcruising.yachts en we bekijken het resultaat.
Morgen staat een laatste korte overtocht naar het (hoofd)eiland Guadeloupe op het programma. En dan moeten we weer afscheid nemen van Darius en Sarah ☹️. De tijd vliegt.
We hebben met z’n drieën een heerlijke dag gehad vandaag.









Zeilen naar het ‘vaste land’ Guadeloupe
14 maart.
De tijd vliegt. Vandaag is de laatste dag van een week zeilen met Darius en Sarah. We beginnen vandaag weer met een lekker maar eenvoudig ontbijt op ons comfortabele achterdek.
De suikerbrood baai is een populaire baai en een Amerikaans jacht cirkelt al een uur als een havik rond om de eerste aanlegplaats te bemachtigen zodra iemand vertrekt. Dus we nemen de tijd :).
De weersvoorspelling zegt 15 knopen en ik reken op 15+10 zoals gebruikelijk tussen de eilanden.
Ons vertrek is om 11:20 en we zetten één rif in het grootzeil en de stagfok. Al snel wisselen we de stagfok voor de genua, omdat de zee rustig is. En even later trekken we de stagfok er weer bij. Nu gaan we met grootzeil, genua en stagfok en met ruime wind. Onze snelheid is 8 tot 9 knopen. Sarah neemt het roer over en ze is een echt talent.
In de windschaduw van Guadeloupe, vlakbij onze bestemming Rivière Sens, oefenen we de man-overboordmanoeuvre. En dan varen we naar de jachthaven. We zoeken een plekje en leggen met de achterkant aan de steiger aan, waarna we de boot vastmaken aan de ankerplaats verderop.
Sarah en Darius pakken hun spullen in en we moeten afscheid nemen. We hebben een heerlijke week samen gehad en het zal weer eveen wennen zijn als ze weg zijn.

Pointe du Souffleur
15 maart 2026
Het is 11 uur als Ester en ik de haven uit varen. Als we over de drempel zijn doen we de kiel weer omlaag. Zonder hefkiel hadden we met onze diepgang van 2,7 meter deze haven niet ingekund. Ester heeft een kleine baai 10 mijl verderop gespot, Pointe du Souffleur en daar gaan we naar toe. Eerst zeilen we bijna voor de wind met alleen de genua. Als de wind draait en we aan de wind zeilen trekken we het grootzeil erbij. Er staat maar 6,5 knopen wind en we zeilen 5,5 knopen. Elke keer weer zeilen aanpassen als de wind veranderd. Ik kan er niks aan doen. Vind het gewoon erg leuk. Wedstrijdje doen met andere zeiljachten die motoren. Wij houden de peut in de tank en houden ze aardig bij. Ze zullen wel denken dat we de motor bij hebben.
Om 12.55 zeilen we het baaitje in en vinden een plek voor het anker tussen de andere boten. Ik snorkel even en zie dat het anker goed in het zand zit. Het is een vlakke bodem zonder keien of rotsen, dus we kunnen vrij draaien en hinderen hierbij de andere boten niet. Het water is heel helder en ik zie vis. Es maakt lekkere pannenkoeken en daarna ga ik even snorkelen.
De wind ‘souffleert’ later op de middag en in avond in de vlagen hard (7 tot 8 Bf) en één laken is van de railing af geknijperd en in zee gewaaid. Morgen maar even snorkelen en kijken of we het van de zeebodem kunnen vissen. In de nacht krijgen we steeds windvlagen van 7 a 8 Bf ft en we draaien flink om het anker. We hebben een GPS ankeralarm aan staan maar ik ga er toch twee keer uit om te kijken of de buren ook netjes op hun plek blijven liggen. En dat is het geval gelukkig.

Niks bijzonders
16 maart
Vandaag geen avonturen. Ester begint met haar belastingaangifte en de kwartaalcijfers. En ik ben met de website bezig. Ik heb nog niet naar het wasgoed gedoken.
Bouillante
17 maart
Om 11:30 vertrekken we en onze bestemming is Bouillante. Het is niet ver en we arriveren om 12:30. Ons anker houdt niet zo goed hier op de zeebodem. Bij de tweede poging lijkt het lukken. Het stinkt hier in de baai naar zwavel. Dit komt door de geothermische energiecentrale. Deze pompt heet water omhoog om elektriciteit op te wekken. En daarna wordt het met een temperatuur van ongeveer 45 °C in zee geloosd. We hebben hier dus een warm water ‘rivier’ die in de zee uitkomt. En dit is een populaire zwemplek.
Na de lunch gaat Ester even pitten. Later op de middag begint het hard te waaien en ons anker begint opnieuw te krabben. Onze buurboten hebben er volgens mij ook last van. Dit kan zo niet. We kunnen hier zo niet overnachten.
We vertrekken on 17:55, even voor zonsondergang en motoren snel naar de baai noordelijk bij Pigeon Island. Om 18:30 laten we het anker zakken en doen een trekproef. Het houdt hier erg goed. Het is al te donker om nog onder water naar het anker te kijken. Dus we wagen het er zo maar op. In de nacht is het rustig en we blijven mooi in de cirkel van het ankeralarm liggen. En daardoor hebben we een goede nachtrust. Jammer dat we niet in de warme rivier konden zwemmen, maar het is niet anders.

Pigeon Island en Deshaies
18 maart
We slapen al geruime tijd onder een dekbedovertrek (zonder dekbed). En als dit te warm is dan gedeeltelijk. Maar naarmate we noordelijker varen wordt het toch wat minder warm merken we. Afgelopen nacht heb ik zelfs overwogen om een pyama aan te doen. Laat ik dat vanacht maar eens proberen.
Na het ontbijt maak ik de rubberboot klaar. We gaan snorkelen bij Pigeon Island. Dit is in nationaal natuurgebied. We mogen daar niet met de zeilboot liggen. Omdat het met de rubberboot vanaf onze ankerplek twee kilometer varen is heb ik de batterij daarom vanacht 100% opgeladen. Bij het eiland zijn witte, rode en wit-rode meerboeien. Wit is voor pleziervaart, rood voor watertaxi’s en andere snorkel-charteraars. Wit-rood mogen beide gebruiken. Het is druk hier.
Op de zeebodem staat een borstbeeld van Jacques Cousteau. Dit reservaat is naar hem vernoemd. Het water is hier bijzonder helder. Zo’n goed zicht heb ik niet eerder gezien. En er zijn veel vissen, sommige met waanzinnig mooie kleuren. Wat is dit een ontzettend mooie snorkelplek. Ik snap dat het hier zo druk is. Maar het koraal is wederom grijs op enkele minieme stukjes na. Jacques Cousteau zou tranen in zijn ogen hebben als hij dit zag. Maar we genieten beide van deze mooie plek en de prachtige vissen. Het is me dit keer niet gelukt ze op de camera te krijgen. Na anderhalf uur worden we toch wel wat koud en mijn handen beginnen te rimpelen. Dus we gaan terug.
Na de lunch gaan we ankerop en zeilen elf mijl noordelijk naar Deshaies. Dit is de laatste haven aan de noordoostelijke kant en je kunt hier uitklaren. Als we de baai invaren zwemmen er twee dolfijnen met ons mee. Dat is een leuk welkom. Helaas zijn er geen meerboeien meer vrij en we zoeken naar een geschikte plek voor ons anker. Dat valt niet mee, want het is echt vol. Je kunt je boot niet dichtbij een buurman parkeren en er moet ook voldoende ruimte zijn om rond je anker te draaien. Het is niet altijd zo dat iedereen dezelfde kant uitdraait. Het is soms mogelijk dat je kont tegen kont naar elkaar drijft.
Als we in de zuidoostelijke hoek de spijker willen laten zakken komt er een rubberboot naar ons toe. Een man met een Amerikaans accent zegt ons dat het hier een rocky bottem is. Heel aardig dat hij ons dit komt vertellen. Dit is dus geen geschikte plek.
We varen nu terug naar de zuidwestelijke hoek. Nadat het anker ligt duik ik er snel in om te kijken. Ester vaart achteruit en ik zie het anker ingraven. Het is een zandbodem zonder stenen. We liggen hier goed. Als ik naar de boot terug zwem zie ik dat de zeebodem achter de boot wel weer rotsachtig is. We hebben dus andermaal geluk met ankeren, zo vlak voor het donker. De volgende keer moeten we eerder vertrekken opdat we tijd en licht genoeg hebben voor de ankerinspectie. Een goede ankerplek betekent goed slapen. En daar houden wij wel van.



Baie Mahault
Omdat wij door het LUXLife magazine tot beste charteraar van Nederland zijn benoemd heb ik vanochtend eerst nog aan de website en social media gewerkt. Ons vertrek is daarom pas om 11:30, anderhalf uur later dan gepland.
De bestemming voor vandaag is Baie Mahault aan de noordkant van het eiland. En door de vreemde vorm van dit eiland is dit ook ongeveer in het midden van het eiland. We moeten tegen de wind in oplaveren en hebben ook stroom tegen. Bij vertrek hebben we één rif in het grootzeil en de stagfok staan omdat boven de eilanden vaak veel wind staat. Dat is nu niet het geval en nadat we genua en vol grootzeil gebruiken komt er meer schot in.
Als we deze noordelijke baai inzeilen moeten we heel goed opletten. De zee hier is vol met ondieptes. Er zijn wel wat boeien maar niet veel en sommigen missen ook. Toen we een diepte van 3,5 meter zagen hebben we direct de kiel omhoog gedaan. En we hebben hier dus ook een stuk met de kiel omhoog gezeild. Dat ging best nog wel goed.
Onze plotter geeft altijd de korste weg aan (motorbootkoers) en dit was vanochtend 20 mijl, maar bij aankomst in Baie Mahault om 18:00 uur hebben we 32 mijl gevaren. Het is hier lekker ondiep, maar 3,5 meter, en een modderige bodem aldus de recensies op de plotter. We gooien daarom 25 meter ketting in de sloot en de boot ligt direct als een huis.
Er zijn hier geen hoge bergen naast de baai maar mangrovebossen. Daarom zijn hier ook geen sterke valwinden. Het is hier nu praktisch windstil en de boot ligt al een hele tijd op exact dezelfde plek. Ester maakt een lekkere miesoep. Ik heb trek en maak alles op. Morgen gaan we boodschappen doen.
Hier zijn grote supermarkten en de prijzen zijn hier goed. Dat is één van de redenen dat we hier liggen. En wellicht gaan we nog een autootje huren en het land bekijken. De kust hebben we nu wel gezien.
We vertrekken hier zondag of maandag en gaan dan verder noordelijk naar Antigua. En zo schuiven we langzaam op naar Sint Maarten, ons vertrekpunt voor de oversteek naar de Azoren, begin mei.
Voor het slapen gaan, zo als gebruikelijk nog even buiten gekeken. Er is hier absoluut geen zeedeining in de baai en er is nauwelijks wind. Zo een spiegelgladde ankerplaats hebben we nog niet eerder gezien. Belofte voor een goede nachtrust.
06:30 Wat een mooie zonsopkomst hier in de baai. En lange tijd niet gehoord, op de achtergrond het geluid van verkeer. We hebben hier ook weer het vreemde knisperende geluid aan de romp, zoals we dat ook in de haven van Prickly Bay op Grenada hadden. Het lijkt op het geluid van een haardvuur. Het is gebonden aan de plek waar we liggen. Misschien zijn het visjes die algen van de romp happen. Ik zou het anders niet weten.
09:30 Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Dit zijn er meer. 11:00 We gaan naar de supermarkt. Op elk eiland zie je hier op straat wel gekunstel met elektriciteit, telefoonkabels en internet. Maar deze open automatenkast op de hoek van de straat… Ja, dat is dan weer nieuw voor mij. Ik kan de verleiding maar amper weerstaan. Doorlopen Piet.
In de Carrefour zijn zeker 30 kassa’s. Ik denk even terug aan de supermarkt in Domburg (Suriname). Een gammele schuur met golfplaten dak en dito muren. En de Chinees die daar werkte en volgens mij ook woonde… De wortelen die we hier in carrefour hebben gekocht komen uit Luttelgeest, een paar dorpen verderop van onze voormalige woonplaats. Guadeloupe is Frans maar behoort niet tot de Europese unie. Voor mijn gevoel ben ik hier toch in Europa.
Wat beweging is goed en we zijn vandaag twee keer naar de supermarkt gelopen voor boodschappen. Ongeveer acht kilometer gewandeld. De tweede keer terug was het donker toen we met de rubberbootbterug voeren. Door de beweging van de schroef in het zeewater en de micro-organismen in het water gaf dit een blauw licht.
21:00 Es heeft een heerlijke hartige taart gemaakt. Mjummie. Die is opgegaan. Met een glaasje wijn natuurlijk om te proosten op de overwinning in de AFBE competitie.








La Soufriere
21 maart
Om 05:30 gaat de wekker. We gaan naar de vulkaan La Soufriere vandaag. Ja, alweer een vulkaan die La Soufriere heet. Ik geloof dat ze er hier vier hebben in het Caraïbische gebied.
Ester haar telefoon internet doet het niet maar zonder Google maps weten we de weg naar het autoverhuur bedrijf toch te vinden. Hierbij gebruiken we ook de ouderwetse methode van het vragen aan den anderen mensch. Bij de verhuurder krijgen we een Opel Corsa en gaan ons weegs.
Op de bergweg naar het bezoekerscentrum van La Soufriere staan plots al veel auto’s geparkeerd. We zijn eigenlijk verlaat omdat we bij de verhuurder moesten wachten. Draaien op deze weg lukt hier niet en we rijden door naar het einde om daar te draaien. Bij het parkeren krijgen we helaas een kras op de auto. Hmm, dat is jammer.
Dan gaan we de berg op. Bij het bezoekerscentrum is een zwavelbad waar je gratis in mag. Er wordt goed gebruik van gemaakt. We lopen verder over het keienpad door het bos omhoog. Als we de boomgrens bereiken stopt Es. Ik ga verder en Es zoekt een plek om te wachten.
De berg op is een combinatie van wandelen met af en toe wat eenvoudig klimwerk. Het is een smal pad waar mensen omhoog en omlaag gaan. Dit wordt denk ik de dag waarop ik het vaakst in mijn leven Bonjour zeg. Hogerop wordt de lucht meer vochtig en ik ruik de zwavel al. Maar het zicht is gelukkig goed. Dat is mazzel. De vegetatie wordt anders en ik zie planten en mossen die ik nooit eerder heb gezien. Bijzondere ‘inimini’ varens bijvoorbeeld.
Stinkende stoomdampen
Uiteindelijk is daar de top en uit de krater komen stinkende stoomdampen. Er staat natuurlijk weer een hek voor dus je kan niet even dansen op de rand van de vulkaan. Dat is dan wel weer wat jammer. Je ziet op deze Soufriere geen lava. Maar de vulkaan wordt met veel sensoren goed in de gaten gehouden. Nadat ik mijn boterhammen op heb ga ik terug en in een uur en een kwartier zie ik Ester weer bij de boomgrens. We zien hier regelmatig marterachtigen en ze lusten ook de broodkruimels van mensen.
Formaliteiten
Als we terug rijden gaan we langs de jachthaven Bas du Fort in de hoofdstad Pointe à Pitre. Onze uitklaringsdocumenten moeten aangepast worden omdat we een dag later vertrekken. Zondag willen we nog wat bootwerk en administratie doen. Maandag gaan we verder. Na het uitklaren halen we de auto door de wasstraat en leveren hem weer in. En we zijn wat kwijt van onze borg helaas. Dan lopen we langs de Carrefour voor wat extra boodschappen en gaan terug naar de boot.
We hebben nu een goede indruk van het westelijke bergachtige gedeelte Basse Terre van Goadeloupe gekregen en het is een mooi eiland. Het lagere oostelijke deel Grande Terre en de ‘platte pannenkoek’ Marie Galante hebben we niet bezocht.

















Van Guadeloupe naar Antigua
23 maart
We gaan weer naar een ander eiland. Antigua is onze bestemming vandaag en we zeilen naar Falmouth Harbour.
09:25
Bij vertrek hebben we weinig wind en we gebruiken daarom vol grootzeil en gennaker. Als we de baai echt uit zijn krimpt de wind en neemt toe tot 18 knopen. We wisselen gennaker voor de kleinere genua en daarna gaan we zelfs iets sneller. Zon en hydro laden zo’n 800 Watt. Het is mooi zeilen. GPS snelheid is nu rond de acht knopen.
15:45
Gen staat er al weer geruime tijd op. Wind is wat minder als voorspeld.
17:05
We arriveren op Antigua mooi voor het donker. Het anker trekt goed in de zandbodem maar ook hier liggen op de vloer grote zwerfkeien. Daarom de rubberboot opgepompt en een hekanker achter de boot geplaatst. Nu kan de ketting voor niet om de dikke stenen draaien.
We hebben vandaag lekker met de gennaker gezeild. Dat was al weer een tijdje geleden. Totaal 46 mijl.







