Zo, na het inchecken eerst maar wat rustig aan. Griep en zeezieke verdwijnen dus we voelen ons weer wat jonger. Deze baai wordt ook Pirate Bay genoemd en een local genaamd SonSon heeft een piraten bar op ‘zijn’ strand naast onze ankerplaats. Hij praat veel en drinkt graag met je mee. Misschien is het daarom niet zo druk.
Op onze tweede avond hier gaan we met Arthur en Jolanda van de No Doubt naar een goed restaurantje. Als we aan komen om half acht staan ze op het punt om dicht te gaan. Maar de stoelen gaan weer van de tafels en de keuken gaat weer open. Heerlijk vis en kreeft gegeten en een vriendelijke bediening. No Doubt vertrekt morgenochtend vroeg naar Grenada.

Vermaledijde Amerikanen
Na een goede nachtrust gaan we de volgende ochtend naar uitkijkpunt Fort Campleton. Er staan kanonnen waarmee men zich vroeger tegen de Amerikanen beschermde. Ze stalen het suiker van de suikerschepen. Helaas zijn deze kanonnen nu niet meer opgewassen tegen de opdringerige Amerikanen. Ze varen hier nu weer bij Trinidad en Tobago rond maar zijn vandaag de dag meer geïnteresseerd in olie.
Hier en daar zien we nu toch wel zwerfvuil. Bij een vuilafgiftepunt staat een waarchuwing dat je zes maand gevang kunt krijgen bij illegale storting. Maar er ligt wel vuil naast het depot onder het bord. Er zal wel niet zo veel aan handhaving worden gedaan. En net als in Kaapverdië en Suriname zie je hier toch ook wel wat oude verpauperde en onbewoonde huizen.


Drone test
Op de weg terug gaan we langs het voetbalveld waar we heel voorzichtig met de drone wat gaan oefenen. Het lukt aardig en we maken zelfs een foto van ons zelf uit de lucht (nog niet zo hoog, want voorzichtig). De bibliotheek staat naast het veld. Deze is nu gesloten maar we gaan toch een ‘kijkje nemen’. Yes, de wifi staat nog aan en daar maken we dankbaar gebruik van. Naast ons zit nog een mevrouw op de trap te internetten en te videobellen. Er wordt druk gevoetbald door de jeugd en ik kijk er met plezier naar.
Straks stort hier de economie nog in
De enige geldautomaat in het dorp staat naast de bibliotheek en deze is vandaag, tot nader order van het management, ook voor de locals buiten gebruik. Kijk, de kleine supermarkt bij de haven krijgt zo een nog belangrijkere functie. Als de kassajufrouw nu mijn griep krijgt stort de hele economie hier in. Ik blijf daarom maar een beetje uit haar buurt als Ester weer wat van die lekkere cakejes bij haar koopt. Ten tijde van de kolonisatie hebben we al genoeg ellende veroorzaakt met onze ziektes. En ik ben natuurlijk strafbaar want ik heb het gezondheidsformulier niet naar waarheid ingevuld.

The bird is lost
Zaterdag. We gaan weer wat snorkelen bij het Piratenstrand. Ik neem de drone ook mee en vlieg een rondje om de voorste boten in de baai. Het lukt weer om te landen op de handdoek. Nu nog eens een keer met camera aan, en proberen wat vloeiender de bochten te maken. Het lukt aardig. De drone zelf is zo klein dat je hem gemakkelijk uit het oog verliest. Op je scherm moet je kijken hoe je gaat. Maar het is nogal licht en het scherm is niet goed leesbaar. Ik activeer daarom een automatische landing maar dat is niet verstandig. De drone gaat nu hoger vliegen en komt dicht bij de muur van bomen. Ik probeer van de bomen weg te sturen, maar doe het net verkeerd. De vogel vliegt in de takken. Shit. Ik zie niet waar hij zit maar uit de video kan ik wel opmaken waar hij is. En dat is hoog. Het is niet een boom waar je even in kunt klimmen. Met de bediening kan ik niet veel meer dan in en uit zoomen. Zou hij nog uit de boom vallen? Het gebeurd niet. De drone wordt opgegeven maar ik hoop dat er harde wind komt en hij omlaag valt. Later nog maar eens kijken.
Snorkelen
Dan ga ik met Ester snorkelen. Er is voor het strand niet zo veel te zien. We gaan wat meer naar de pelikaanrots en daar zien we vissenen een schildpad. Zondag gaan we snorkelen aan de andere kant van de baai bij Booby Isle. Nee, hier is geen topless strand maar het schijnt een nestplaats van de Booby vogels te zijn.
Wel of niet Amerikaans?
Maar eerst gaan we even bij onze buren vragen want die zijn er gisteren geweest. We hebben nog niet kennis gemaakt en hun boot draagt geen vlag. Achterop staat Taos NM. Dit is in New Mexico, dus in de Verenigde Staten. We vragen naar de snorkelplek en ze geven ons advies. Wat we al dachten blijkt waar te zijn. Ze schamen zich voor Trump en de VS. Na de inval in Venezuela hebben ze de Stars & Stripes verwijderd. Ook denken ze dat ze zo minder aanstootgevend zijn en minder snel problemen krijgen met de locals. Als ik het goed begrijp denken ze er ook over hun boot nu in Uruguay te registren omdat ze daar ook wonen.
Terug naar de boobies. Deze vogel heeft blauwe voeten en en een blauwe snavel. Ik heb hem al wel gezien maar je ziet hier veel meer fregatvogels vliegen. Deze mooie grote vogel heeft hoekige vleugels en een gevorkte staart en ze vliegen vrij hoog. Ik kan zonder zoomlens geen goede foto’s maken, maar hij lijkt, vind ik, op zo’n grote prehistorische vleermuisvogel.
Tussen Booby island en het kleine strand voor het fort is een koraalbank en hier snorkelen we om de beurt vanuit de varende rubberboot. We zien er mooie vissen maar het koraal is dood als een pier. Het is bruin en er is geen enkele plek wat er nog gezond uit ziet. Ook de zeeanemonen zijn bruin. We lunchen in de rubberboot, Ester en ik duiken beide nog een keer en dan gaan we terug naar de boot.
Op de Suriname rivier is de boot vies geworden door de bruinrode klei. Ik maak de romp weer netjes schoon en verwijder ook de roestsporen onder de verstaging met schoonmaakazijn verdund met water. Het lukt aardig maar niet alles gaat er af. Morgen nog maar een keer. Dan gaan we nog een keer snorkelen voor de boomwal bij de ankerplaats. We zwemmen daar tussen enorme scholen kleine vissen van ongeveer 6 centimeter.
De batterij van mijn telefoon is overleden en daardoor zie je geen routes op de Polarsteps kaart. Op Grenada maar kijken of ze een nieuwe batterij hebben.
Tonijn
Maandag 19 januari
Ondanks de regenbuien is ons achterdek er nog steeds vies. Tijd om schoon schip te maken. Als ik bijna klaar ben komt er een visser, of ik ook vis wil kopen. Ik vraag naar zijn kleinste tonijn. Hij vraagt er 25 TTD per pond voor. De vis weegt 9 pond zegt de visser. Ester heeft slechts 200 TTD (ongeveer € 28,-) en ik dit is wat ik biedt. Hij schudt zijn hoofd, maar gaat akkoord. Ik heb vroeger veel op snoek en paling gevist, maar het is heel lang geleden dat ik een vis heb schoon gemaakt. Zou ik het nog kunnen? De vis is nog vers en het lukt aardig. Ester maakt een heerlijke verse sushi als lunch en vanavond eten we tonijnsteak.






Speyside
Dinsdag 20 januari
Vandaag gaan we met de bus naar het dorpje Speyside aan de andere kant van het eiland. Hier zijn goede snorkellocaties dus we nemen onze spullen mee. Maar eerst moeten we weer naar customs en immigration om uit te klaren. We hebben een afspraak om 09:30 en zijn een beetje laat. Als we naar de steiger varen zien we Oceanix van Jos en Claudia liggen. Claudia groet ons vanaf het voordek. We zeggen dat we een afspraak hebben en vanavond wel even praten. Als Ester de steiger opstapt vraagt een visser of ik hem naar zijn boot wil brengen. Ester gaat vast vooruit naar Customs en ik breng de man naar zijn boot.
Terug bij de steiger staat Es er nog steeds. De man van immigration had haar gezien (hij zit daar vaak in de buurt van de steiger en houdt in de gaten wie er aan land komt) en hij had gezegd dat ik mee moest gaan. A’la we komen nu niet te vroeg maar wat te laat maar dit is geen probleem. Het is hier in de baai toch niet druk met gasten. Het is niet voor te stellen maar we moeten wederom een hele trits, en ook dezelfde, formulieren invullen. Maar alles komt goed. Het kost wat meer dan gedacht, dus Ester moet weer even naar de supermarkt om te pinnen. Maar ze hebben inmiddels wel weer stroom.
Dan informeren we bij het kruispunt in het dorp of we hier op de bus kunnen wachten. Ester koopt nog snel wat lekkere cakejes in de supermarkt. De bus komt op de voorspelde tijd en er is ook nog plek voor ons. De chauffeur draait harde gospelmuziek en over de berg zijn we helemaal in de mood om de mooie schepping van Speyside te zien.
Eerst gaan we in het dorp naar een winkeltje voor wat drinken. Er wordt keihard reggae gedraaid bij de winkelingang en een lange man genaam Jordan laat ons binnen. We kunnen hier niet pinnen. Dat moet aan de andere kant bij een streetcooking toko. Jordan ziet onze snorkelspullen en wijst een mijnheer aan die ons bij de eilanden voor het dorp kan brengen. We gaan hier niet op in en lopen naar het strand waar de boten liggen.
Varen met Brendan
Bij een pier voor het strand zien we boten met duikers. Als we doorlopen komt een jongeman ons tegemoet. Hij heet Brendan, heeft een nieuwe boot en vraagt of hij ons vanmiddag kan varen. Ik zeg hem dat we geen contant geld hebben, dat we eerst moeten pinnen, dat we om vier uur terug moeten zijn voor de bus en dat zijn prijs niet te hoog moet zijn. Het kost voor ons beiden 300 TTD (€ 42,-) en voor het geld gaan we terug naar de toko waar we net geweest zijn.
Als we pinnen zet Brendan nog sneaky een pakje sigaretten op onze rekening. Onderweg naar de boot vraag ik hem naar de verkiezingen, omdat we veel vlaggen van Peoples Party zien. De elections voor locale ambtenaren zijn vorige week geweest en Brendan heeft op zijn neef van de PP gestemd. Ze hebben met overhand gewonnen zegt hij lachend.
Goat Island en Little Tobago
Terug bij de boot doen we de zwemkleren aan, Brendan waadt naar de boot en krijgt zijn motor aan de praat. Hij vaart de boot naar het strand, we stappen in en varen naar het dichtsbijzijnde eiland Goat Island. Op Goat Island staat een mooi landhuis wat helemaal vervallen is. Zonde, het is een mooie huis geweest op een mooie plek. Hier wordt de boot aan een mooring gelegd en Es en ik gaan het het water in.
De helling onder water is heel steil en er is zowel diep water als ondiep koraal. We zwemmen rond en zien mooie vissen. Het koraal is ook hier helaas bruin. Er zijn grote waterplanten die ons in de lage deining toewuiven. Dan zien we een drietal duikers beneden ons. De gids heeft een lijn beet waar een drijvende rode boei aan zit. Een motorboot is in de buurt. Na 45 minuten klimmen we weer aan boord en eten wat.
Als ik Brendan vraag of er andere mooie plekken zijn met mooier koraal varen we naar het eiland Little Tobago verderop. Hier is een ondiepe baai. Ik zwem er even rond maar zie heel weinig door het dwarrelende zand. We varen verder naar een resort aan de kust en hier spartelen Es en ik even. Omdat het water ook hier troebel is gaan we terug.
Op het strand trekken we weer droge kleren aan en Brendan loopt met ons mee naar de oude suikerplantage Speyside Estate twee kilometer verderop. Dit landgoed is ontwikkeld in de 19e eeuw door de Britten, toen ‘suiker de belangrijkste grondstof’ was. Op het terrein zijn nog steeds de ruïnes te vinden van het waterrad, de machines en de stenen muren van de oorspronkelijke suikerfabriek. We lopen terug en in het dorp nemen we afscheid van Brendan. Hij wil ons wel terug brengen naar Charloteville maar we zeggen dat we al buskaartjes hebben gekocht.













Het alziend oog
De bus kost ook hier heel weinig. Maar we moeten zeker een uur wachten. Als je wacht is het altijd leuk om naar de mensen te kijken. Ook hier zien we mannen heen en weer drentelen waarvan je denkt, doe je dit nou heel de dag? Naast ons zit een oudere mijnheer met een aluminium buis als wandelstok. Je zou zweren dat hij ook op de bus wacht, maar nee, hij zit ook gewoon naar mensen te kijken. Het is zo’n alziend oog, iemand die je alles over iederen in het dorp kan vertellen. Hij vraagt ons waar we vandaan komen. Hij is ook drie keer in Nederland geweest. ‘Het is daar veel te koud’, zegt hij, ‘I live here in paradise’. We geven hem gelijk natuurlijk.
Na lang wachten komt de bus en we springen omhoog en stoppen hem. Als we instappen zien we dat de bus netjes en leeg is. Als we gaan zitten zegt de chauffeur dat het een schoolbus is. We verontschuldigen ons en willen weer uitstappen. Hij begint te lachten en zegt dat we mogen blijven zitten en dat hij geen kosten rekent. Hij woont in Charlotteville en is op weg naar huis. Nou dat is mooi. Onderweg genieten we weer van het groene land en de chauffeur wijkt uit voor een slang welke zich op de asfaltweg ligt te warmen. We bieden hem onze buskaartjes aan voor familieleden maar hij bedankt vriendelijk.
De laatste dollars
In Charlotteville verbrassen we onze laatste 150 TTD bij een groentemevrouw. Ester zegt wat ze kan gebruiken en samen stellen ze de boodschappen samen. Met een lege beurs varen we terug en onderweg drinken we nog een biertje bij Jos en Claudia. We vragen naar hun verblijf in Suriname en lachen als we bemerken dat we dezelfde ervaringen hebben. Ze zijn ook nog met de Oceanix de Marrowijne rivier op gegaan en daar een zijkreek opgevaren naar het dorp Bakkie met gelijknamig museum, gerund door een Nederlander.
We geven onze buskaartjes aan Claudia en dan moeten we gaan. We willen morgenvroeg om zes uur vertrekken.



